h1

Voorlopige synthese Voorbij de Grens

12 december 2008

(ben0000) GRIP heeft een voorlopige samenvatting gemaakt van de kritische visie op Voorbij de Grens. We hebben de synthese vooral gebaseerd op wat mensen hier geschreven hebben en wat mensen gezegd hebben op de focusgroep (dit was een gespreksavond op 1 december). Maar we hebben ook een blik geworpen op de – heel andere – reacties op de website van één.

Het geheel is gekaderd in de verschillende modellen die mensen hanteren in hun denken over handicap. Als je de synthese leest, leer je dus misschien ook iets bij over wat deze modellen kunnen betekenen in theorie én in praktijk .

Wil je nog iets aanvullen? Vind je dat bepaalde zaken niet of niet juist aan bod komen in de synthese? Ben je het ergens niet mee eens? Schrijf het in een commentaar op dit bericht. Als je dit doet voor 29 december, kan GRIP jouw mening meenemen in de definitieve analyse van onze mediawatch. Maar ook daarna kun je natuurlijk blijven reageren op deze blog.

Naar de synthese:

Voorlopige synthese Mediawatch Voorbij de Grens

1. HELDENDOM

Op de blog die GRIP heeft opgestart lezen we heel andere berichten dan op het forum van Eén. Op één lezen we dat het programma ontzettend veel bewondering opwekte voor wat de deelnemers presteren. Zijn het helden?

-        Op beide websites wordt duidelijk vanuit een ander perspectief gekeken. Op één staan veel mensen ver weg van het thema handicap. Het is de kracht van televisie om die mensen dichterbij te brengen. Een tiental personen met een handicap tot helden maken is één manier om dat te doen.

-        Los van de vraag of deze tien mensen een positief voorbeeld zijn of dat een programma dat op deze manier moet bewerkstelligen, ze zijn in ieder geval wel een voorbeeld voor veel mensen. Televisie is vluchtig, het zullen geen helden blijven, maar nu lijken ze wel BV’s geworden.

-        Veel mensen beelden zich in dat, als ze een handicap zouden hebben, ze het niet meer zouden zien zitten. Men onderschat dikwijls de menselijke kracht en de wil om iets te willen bereiken in je leven. Door zo’n programma ziet men wel dat ook mensen met een handicap die kracht en die wil hebben.

-        Sommige mediawatchers hadden de indruk dat onbekende mensen vriendelijker waren tijdens de weken dat het programma liep. Sommigen werden ook spontaan aangesproken over het programma.

Ook veel forumschrijvers met een handicap kijken op naar de tien avonturiers en putten moed en sterkte uit het programma. Zijn het rolmodellen?

-        Voor ouders, die hun kinderen door dit programma misschien meer zullen stimuleren om (zelfstandig) dingen te doen. Ze zullen hun kind niet direct naar Nicaragua sturen, maar wel beseffen dat er misschien meer inzit dan ze denken.

-        De meeste mediawatchers leefden mee met het programma (maar niet allemaal), met wat ze wel of niet bereikten, maar ervaren de deelnemers daarom niet als rolmodellen. In tegendeel, moeten aanzien hoe de deelnemers ploeterden en zwoegden en sommigen helemaal niét in de opdracht slaagden (ofwel alleen dankzij de hulp van steeds dezelfden), maar hun grenzen niet of moeilijk konden toegeven, ontnam hen op de duur de zin om verder te kijken.

-        De identificatie was beperkt, vooral omdat de nadruk lag op het moeilijke verwerkingsproces en er veel minder aandacht was voor een handicap-identiteit die dichter bij hen ligt (zie “Cultureel Model”).

-        Veel mediawatchers hebben een ander soort rolmodellen die in dit programma weinig of niet aan bod kwamen: mensen die hun handicap een plaats in hun leven hebben gegeven (kwam te weinig aan bod in Voorbij de Grens), mensen die elke dag kleine, banale, praktische grenzen overwinnen, mensen die elke dag maatschappelijke drempels moeten overwinnen, mensen die zich inzetten voor het wegwerken van die drempels, voor het recht op ondersteuning en voor zelfbeschikking (bijv. via directe financiering zoals PAB en PGB)…

2. MODELLEN of visies op handicap

Doorheen de geschiedenis en in verschillende culturen zijn er diverse manieren waarop men naar handicap kan kijken. We onderscheiden vier modellen: moreel (of religieus) model, medisch model, sociaal model en cultureel model. Verschillende modellen kunnen op dezelfde plaats gelijktijdig voorkomen. Ook in Voorbij de Grens zijn er aspecten van alle vier modellen.

2.1. MOREEL MODEL: sportmentaliteit

In sommige modellen genieten mensen met een functiebeperking hoog aanzien (bijv. sommige indianenculturen), in andere juist niet (bijv. Sparta). Er bestaan heel veel religieuze en morele visies op handicap. In het concept van Voorbij de Grens herkennen we een zekere sportmentaliteit: al wat je nodig hebt, is wilskracht, motivatie en doorzettingsvermogen. Dan kun je alles bereiken. Een handicap is iets om te overwinnen, dan alleen kun je winnen.

2.1.1. Individuele winnaarsmentaliteit

Het concept van het programma is fysieke, sportieve prestaties neerzetten in een avontuurlijke setting. Een aantal deelnemers deden reeds aan sport (Pieter, Arnout…) en willen hun grenzen hierin nog verleggen en anderen motiveren om dit ook te doen (Pieter).

Het tonen van mensen met een handicap die hun grenzen verleggen kan een positief effect hebben op mensen die vanuit dezelfde sportieve winnaarsvisie kijken. Wie mét een beperking iets bereikt waar sommigen zonder handicap zelfs niet toe in staat zijn, wekt bij hen respect en bewondering op. Eerst vonden ze misschien dat gehandicapten sukkelaars en losers waren, maar topprestaties kunnen die visie veranderen – ook al blijf je binnen hetzelfde moreel kader denken. Niet alleen de visie op mensen met een handicap kan veranderen (helden die bewondering wekken), maar ook de visie op handicap in het algemeen en de angst om er zelf mee te maken te krijgen: “Als ik een handicap zou hebben, kan ik misschien ook nog ongelofelijke prestaties neerzetten en iets bereiken in mijn leven.”

De andere kant van de medaille is dat deze sportieve winnaarsmentaliteit de indruk wekt dat je superprestaties moet verrichten om respect te verdienen. Nochtans zit het dagelijks leven vol avontuurlijke uitdagingen. Personen met een handicap zijn allemaal helden, niet alleen omdat ze elke dag met hun eigen beperkingen omgaan, maar ook omdat ze maatschappelijke blikken, vooroordelen, ontoegankelijkheid en andere hindernissen moeten overwinnen.

Geen winnaars zonder verliezers! De winnaarsfilosofie maakt het moeilijk om je grenzen te accepteren en je beperkingen een plaats te geven. Tegen je grenzen stoten voelt dan aan als falen en verliezen. Het legt de nadruk op wat je niet kunt. De mensen die de top van de vulkaan niet bereikt hebben (en ook Lieve Blanquaert die hen interviewt), doen bijvoorbeeld letterlijk uitspraken in die zin.

Ook bij de kijker komt zo het falen in de verf te staan. Men is wel geneigd te zeggen: “Ach Sam, kijk toch naar het stuk van de berg dat je wel beklommen hebt!” (zie forum van één) Maar Anita die niet “opgeeft” wekt op dat moment toch meer bewondering.

De winnaarsmentaliteit huldigt idealen als wilskracht en doorzettingsvermogen, maar ook het belang van iets op eigen krachten te bereiken. De mediawatchers van GRIP vinden het heldhaftiger om je beperkingen toe te geven en toch je zelfwaarde te bewaren. Het is geen schande om hulp te vragen, want iedereen heeft beperkingen en zoekt maar beter naar oplossingen (bijv. een poetsvrouw inroepen bij te veel werk, een elektricien bij een kortsluiting…). Het mocht dan ook best getoond worden welke ondersteuning mensen met een handicap nodig kunnen hebben. Het begeleidende team bleef opvallend uit beeld. Zo werd de indruk gewekt dat de mensen vooral op eigen kracht niet vooruit geraakten (of niet), met enkel de supervisie van één dokter en af en toe wat hulp van Lieve. Natuurlijk is er de hulp die ze van elkaar krijgen, maar dit is een complexe kwestie die in het volgende onderdeel behandeld wordt.

2.1.2. Team spirit

Naaste het individueel-sportieve aspect van het programma is de gezamenlijke opdracht. De tien deelnemers moeten samenwerken om het doel te bereiken. Dit wordt voortdurend benadrukt door commentaren van Lieve Blancquaert.

De groepsgeest komt dikwijls onder druk te staan. Dit wordt het meest duidelijk bij het beklimmen van de vulkaan. Dit heeft volgens de mediawatchers verschillende oorzaken:

-         toevalligheden zoals de weersomstandigheden

-         moeilijkheidsgraad van de tocht (in de Engelse versie leek die minder zwaar te zijn)

-         boodschap van de klimmers: opdeling meer en minder mobielen; zij nemen geen beslissing, maar maken een duidelijke suggestie, wat de weg bereidt voor de keuze om te splitsen

-         beperkte tijd (Anita)

-         conflict tussen groepsopdracht en individuele prestatiementaliteit:

o       o.a. Pieter wil vanuit zijn individuele sportieve mentaliteit de berg op raken

o       anderen geven toe om de groep niet ten laste te zijn en hun prestaties niet in de weg te zitten

o       grenzen liggen voor iedereen anders, maar wat primeert: samenwerken of eigen grenzen verleggen?

-         Onduidelijke plannen van productie. Enerzijds worden paarden voorzien, anderzijds krijgen de deelnemers dit niet te horen voor er mensen in elkaar gestort zijn, voor er spanningen en schuldgevoelens gerezen zijn.

Conclusie: de team spirit als opdracht en programmaconcept bestaat vooral in woorden, maar wordt minder weerspiegeld in daden. Het concept van de individuele prestaties om tenminste voor sommigen een overwinning mogelijk te maken, primeert. Zie niet alleen Pieter, maar ook Anita, die een overwinning van de rolstoelers wil binnenhalen en tegelijk beter wil doen dan de andere rolstoelers.

De winnaarsmentaliteit maakt het moeilijk om de eigen beperkingen te accepteren (zie boven). Door de eigen grenzen niet te aanvaarden, legt iemand die meer van hulp afhankelijk is ook meer druk op de groep, wat de individuele overwinning van sterkere personen hypothekeert. Dit leidt tot schuldgevoelens en spanningen.

De moeilijkheidsgraad van de tocht, de boodschap van de professionele klimmers en het feit dat er paarden voorzien zijn, suggereren dat de programmamakers op een splitsing aanstuurden. Onderlinge concurrentie, groepsbreuken en individuele winnaars en verliezers wordt waarschijnlijk als sensationeler beschouwd dan een succesvolle, solidaire groepsoverwinning.

2.2. MEDISCH MODEL: revalidatie

Het medisch model is in het Westen veruit de populairste visie op handicap sinds de jaren ’70. Een functiebeperking wordt beschouwd als een afwijking die door dokters, hulpverleners en andere deskundigen zoveel mogelijk geminimaliseerd moet worden. (Fysieke) revalidatie staat centraal.

De aanwezige dokter beweert dat de tocht een vorm van revalidatie is. Hij verwijst hierbij specifiek naar Vincent, die zelf zijn beklimming eerder vergelijkt met de lijdensweg van Jezus Christus. Veel GRIP-mediawatchers vinden de uitspraak van de dokter onverantwoord. Hij schept een verkeerd beeld, suggereert dat iedereen over zijn krachten moet gaan om zijn spieren te versterken. Hij geeft binnen het sportieve programmaconcept ook de indruk dat mensen kunnen en moeten blijven revalideren.

De meeste nadruk ligt op de lichamelijke revalidatie. Geestelijk op krachten komen houdt o.a. in dat men zijn grenzen voor een stuk accepteert.

Op fysiek vlak wordt volgens sommige mediawatchers erg onzorgvuldig omgegaan met de restgezondheid. (De opdracht is immers om je fysieke capaciteiten te vergroten, eerder dan spaarzaam om te gaan met wat je reeds kan.) De deelnemers hebben wel hun eigen verantwoordelijkheid en kunnen objectief gezien ook zelf hun eigen grenzen aangeven (zoals Sam), maar volgens sommigen draagt de dokter wel de hoofdverantwoordelijkheid. Hij balanceert op de grens tussen de mensen in hun waardigheid laten (door hen niet tot stoppen te verplichten) en zijn verantwoordelijkheid als dokter. Binnen de medische benadering stellen velen zich ernstige vragen. Ze vinden dat hij o.a. Vincent te ver liet gaan. Velen vinden het ook onverantwoord dat Julie aan de tocht meedeed, want het vliegtuig nemen alleen al is gevaarlijk voor iemand met haar beperking.

De gevolgen van de trektocht als risicovolle “revalidatie” worden soms weggemoffeld. Er wordt niet getoond hoe de mensen recupereerden, hoe ze verzorging kregen van een kinesist enz. In de voorlaatste aflevering valt Julie. In de laatste etappe naar de zee zien we haar niet, maar krijgen we ook niet te horen waar ze wel is. In de laatste aflevering zien we hoe Vincent als bij wonder zonder krukken stapt, terwijl hij dit al voordien kon. Deze selectieve montage verzekert het happy end, maar versterkt ook een vals beeld dat de trektocht een succesvolle revalidatie was zonder meer.

Ook andere, meer dagdagelijkse medische aspecten bleven verborgen. Hoe eten ze, hoe wassen ze zich, hoe leggen ze zich te slapen? Even werd er over een sonde gesproken, maar verder bleven dit soort praktische elementen weinig zichtbaar. Dit kon nochtans best getoond worden, ook op een discrete manier, zonder de mensen in hun blootje te zetten. Het is misschien minder sensationeel, maar het zou een vollediger beeld opleveren. Bovendien roept de hele onderneming juist dit soort vragen op bij onze mediawatchers. Niet alleen: hoe krijg je het voor mekaar om een vulkaan (al dan niet) te beklimmen, maar ook: hoe ga je met al die kleine probleempjes om als je met een handicap op trektocht gaat?

2.3. SOCIAAL MODEL: inclusie?

Sociale modellen maken een onderscheid tussen een functiebeperking en een handicap. Iemand kan een beperking hebben van één of andere lichamelijke of geestelijke functie. Een handicap wordt dit pas wanneer de samenleving drempels opwerpt, ontoegankelijk is, geen gelijke kansen biedt.

Volgens het medische model moeten mensen hun handicap minimaliseren, zich normaliseren en zich aanpassen aan de samenleving. Wanneer dit niet lukt, vallen ze uit de boot. In onze maatschappij kunnen ze dan wel nog terecht in het buitengewoon onderwijs, beschutte werkplaatsen enz. Sociale modellen stellen een inclusieve samenleving voorop. Dit is een samenleving die zich aanpast aan personen met een handicap. Mits de nodige aanpassingen kunnen ze terecht in het gewoon onderwijs, de reguliere arbeidsmarkt enz.

Voorbij de Grens behandelt handicap als iets exclusiefs: het is het centrale thema en alle deelnemers hebben een handicap. Door het aantal deelnemers en een zekere diversiteit van handicaps en grenzen is de groep een soort mini-maatschappij. Bovendien hebben ze de opdracht om samen te werken, samen het einde van de reis te halen. Die samenwerking verloopt niet altijd even makkelijk. Ook hierin zien we vaak een interessante weerspiegeling van de bredere maatschappij.

2.3.1. Samen is alles mogelijk?

Een uitspraak van Henk kan begrepen worden als een verwijzing naar een inclusieve maatschappij: de hele groep maakt iets mogelijk wat normaalgezien niet mogelijk is, door samen te werken. In aflevering 4 zien we echter dat de groep uiteenvalt. De inclusieve gedachte botst met de dubbele opdracht van het programma: niet alleen samenwerken om een sportprestatie neer te zetten in team, maar ook individueel grenzen verleggen en niet opgeven. (Zie “Moreel model”)

Aangezien het om het een fysieke, sportieve opdracht gaat, zijn sommigen altijd in het nadeel en hebben anderen altijd een voordeel. Het is logisch dat deze laatsten het niet altijd kunnen opbrengen om met hun sterkere lichaam anderen te helpen. Het belang van andere, niet-fysieke kwaliteiten (bijv. communicatief en sociaal zijn, een kalm of vrolijk karakter) valt niet altijd te negeren, maar deze komen in een trektocht toch veel minder tot hun recht.

Binnen dit concept (sportieve uitdaging, trektocht als revalidatie) is volgens sommige mediawatchers de enige optie dat iedereen individueel tot zijn grens gaat, maar ook zonder schuldgevoel of spijt erkent wanneer hij deze heeft bereikt, zodat hij anderen niet tegenhoudt.

2.3.2. Inclusie van Doven?

De inclusie van “dove Jef” is moeilijk. De groep profiteert wel van zijn kracht, maar past zich weinig tot niet aan om tegemoet te komen aan zijn eigen behoeftes. Jef heeft net als iedereen nood aan sociaal contact en communicatie, om in een groep te kunnen functioneren. Dat zijn inclusie een mislukking is, brengt de mediawatchers van GRIP tot de volgende conclusies:

-         De groep is in zekere zin een afspiegeling van de maatschappelijke houding t.o.v. mensen met een onzichtbare handicap in het algemeen en t.o.v. Doven in het bijzonder: men merkt het niet op, herkent het niet of erkent het niet en houdt er bijgevolg geen rekening mee.

-         Ook de beslissingen van de productie (slechts één Dove, geen tolk) weerspiegelen deze maatschappelijke houding t.o.v. Doven van niet (h)erkennen. Een tolk wordt niet beschouwd als een essentieel hulpmiddel en men heeft hier minder recht op dan op een rolstoel of een (donkere) bril. De beslissingen van de productie stimuleren bovengenoemde houding bij de groep nog meer.

-         Het beeld van Doven is bijgevolg nogal stereotiep, maar confronteert de kijker ook heel duidelijk met een maatschappelijke werkelijkheid.

2.3.3. Glimp van bredere, niet inclusieve samenleving

We zien ook af en toe een glimp van de externe, bredere maatschappij, die evenmin inclusief is. Aflevering 5: Julie werkt wel in het gewone arbeidscircuit, maar verbergt haar handicap zoveel mogelijk. Ze schaamt zich ervoor, wat op deze reis met andere personen met een beperking veel minder het geval is. Een functiebeperking is in deze groep niet abnormaal, wat haar doet loskomen, meer zelfzekerheid geeft en meer moed om dingen te doen die ze van haar beschermende (afschermende?) moeder niet zou mogen. In aflevering 6 zegt ze dat ze haar beperking thuis opnieuw zal verbergen. Hier wordt dit pijnpunt van onze maatschappij en het gebrek aan echte inclusie een tweede keer aangeraakt. De mediawatchers vrezen echter dat dit de meeste kijkers helaas ontgaan is. Ze vinden het ook jammer dat Julie pas zo laat in de serie werd voorgesteld.

2.4. CULTUREEL MODEL: ervaring, identiteit en transformatie

De drie voorgaande modellen (religieus-moreel, medisch, sociaal) zijn oudere modellen, maar ze bestaan nog steeds. Ze staan naast elkaar en zijn ten dele complementair. Op hun eigen terrein bieden ze een nuttige invalshoek.

Het cultureel model erkent de kwaliteiten van de voorgaande modellen en probeert die samen te brengen. Er worden wel enkele nieuwe accenten gelegd:

-         handicap-ervaring: iedereen heeft een ander verhaal en een andere beleving van zijn of haar beperking. Die eigenheid staat centraal. Men mag dus niet te snel veralgemenen!

-         handicap-identiteit: handicap wordt een deel van je identiteit. Het bepaalt mede wie je bent. Tegelijk is je handicap maar één eigenschap naast vele andere. Het kan bevrijdend zijn om een handicap-identiteit te ontwikkelen, je eigenheid te waarderen en niet (meer) te proberen om je handicap te ontkennen, verbergen en onderdrukken. Als je je handicap in je leven integreert, kun je bijv. ook hulp en hulpmiddelen aanvaarden. Handicap-identiteit is dus (het resultaat) van een proces dat heel wat potentieel biedt en transformerend kan werken.

-         handicap-cultuur: bepaalde personen met een handicap identificeren zich met elkaar in termen van een gedeelde ervaring, cultuur en waarden. Dit zien we vooral bij Doven en bij personen met een verstandelijke beperking.

-         handicap-wereldbeeld: vanuit je ervaring heb je een specifiek perspectief op de wereld.

-         ervaringsdeskundigheid: vanuit je ervaring en perspectief als persoon met een handicap, heb je een expertise die mensen zonder handicap niet hebben. In alles wat personen met een handicap aanbelangt, zou men hen dus moeten betrekken (Niets over ons, zonder ons!), maar ervaringsdeskundigheid heeft nog meer potentieel: zie handicap-kritiek.

-         ‘similar but different’: gelijkwaardig, maar verschillend. Een handicap is niet alleen een beperking, maar ook een meerwaarde.

-         handicap-kritiek: vanuit je ervaring(s)deskundigheid, je minderheidsperspectief en je handicap-wereldbeeld, kun je een meerwaarde betekenen en een bijdrage leveren aan maatschappelijke analyse en kritiek.

2.4.1. Samenstelling van de deelnemersgroep volgens soort handicap

In het programma staat handicap centraal. De verschillende beperkingen, maar ook de mogelijkheden van de 10 personen komen in dit programma vooral naar voor doordat niet iedereen dezelfde handicap heeft. Er is dus een zekere diversiteit in het soort handicap. Beide aspecten (moeilijkheden én mogelijkheden) komen vooral goed aan bod bij de Dove persoon (Jef). De focus ligt immers niet alleen op de fysieke beperking van de persoon zelf, maar ook op de sociale beperkingen van de omgeving komen aan bod (zie “Inclusie/ Sociaal model”).

Toch is de diversiteit nog heel beperkt:

-         niemand met verstandelijke handicap: gemiste kans

-         in verhouding veel rolstoelers: komt overeen met stereotiepe beeld van handicap

-         uitdagingen voor personen met mobiliteitsbeperkingen staan centraal, personen met een zintuiglijke beperking (= slechts 2) lijken het veel makkelijker te hebben

-         geen hulpmiddelen toegelaten behalve de ‘strikt noodzakelijke’: welke cirteria werdengehanteerd? Waarom wel rolstoelen en (zonne)brillen, maar geen witte stok, geen rolstoel voor Sam, geen tolk Vlaamse Gebarentaal? De criteria sloten heel wat groepen uit, zoals blinden.

-         geen té zware handicap (bijv. met elektrische rolstoel), want de trektocht is niet op hun maat

2.4.2. Handicaps met een persoon

a) Menselijkheid

Zeven weken lang kwamen tien personen met een handicap drie kwartier in beeld – als groep, maar ook als individu. De aanpak en bijgevolg ook de beeldvorming is in ieder geval meer ingetogen dan pakweg Big Brother. We zien ook “de mens achter de handicap”: hun handicap is één eigenschap naast vele andere. Reacties op het één-forum over individuele deelnemers tonen aan dat dit programma “gehandicapten” vermenselijkt heeft voor heel wat kijkers.

Door het groepsconcept en de onderlinge dynamiek ontdekt de kijker verschillende persoonlijkheden. Volgens de aandacht die ze al dan niet krijgen in de montage, beginnen zich bij de meeste deelnemers karaktereigenschappen af te tekenen, waardoor ze niet alleen meer door hun specifieke handicap worden gekenmerkt.

De flash-backs en reconstructies tonen de deelnemers in hun dagelijkse context en/of geven achtergrond bij hun handicap. De interviews creëren vaak ruimte voor het individuele verhaal, met aandacht voor algemeen menselijke thema’s zoals seksualiteit en relaties, eenzaamheid, kinderwens…

b) Identificatie voor kijkers zonder handicap?

De introductie van vijf personages in de eerste aflevering is opvallend. Het heeft een specifiek potentieel om mensen zonder handicap zich te laten identificeren met personen met een beperking.

Zowel Anita als Vincent verwierven onlangs hun handicap door een ongeluk dat in principe iedereen kan overkomen. Dit vertrekpunt doet de kijker makkelijk identificeren en kan de kloof met mensen met een handicap kleiner maken: het zijn geen totaal andere wezens, ik kan morgen ook een handicap hebben.

Het verhaal van Vincent heeft natuurlijk ook een enorm sensatiegehalte (Valentijn, ten dode opgeschreven, vriendin blijft uiteindelijk bij hem…). Het is bovendien een dunne lijn tussen enerzijds een identificatie creëren die de kloof kleiner maakt en anderzijds een meer sentimenteel effect, zoals medelijden opwekken en schrik aanjagen dat je écht iets ergs zou overkomen (in tegenstelling tot je banale probleempjes).

Reacties op het één-forum geven aan dat (ook) dit tweede effect niet van de lucht is. De talloze – goed bedoelde – reacties in de zin van ‘waar maken wij ons druk om, dié mensen hebben het pas zwaar’ doen de vraag rijzen welk effect van het programma het zwaarst doorweegt: de vermenselijking en het dichterbij brengen van personen met een handicap of een grotere capaciteit om je eigen problemen te relativeren?

Bij Anita en Vincent staan respectievelijk het verwerkingsproces en de revalidatie centraal. De twee volgende personages geven een tegengewicht aan het dramatische van hun verhalen. Sylvie en Jef hebben een aangeboren handicap, zitten in een heel andere fase en andere verhouding ten opzichte van hun handicap. Sylvie en Jef komen hier erg positief over en lijken geen probleem met hun handicap te hebben (het is eerder de omgeving – zie “Sociaal Model: inclusie”)?

Wel bestaat er een risico dat mensen hieruit concluderen: een handicap is niet zo erg als die aangeboren is, maar een ramp als je als gezonde mens een ongeluk krijgt. Volgens onze mediawatchers is dit een te simplistische visie, die nochtans sterk leeft en dus genuanceerd zou moeten worden.

Het vijfde en laatste personage van de eerste aflevering toont een uitweg uit deze impasse. Pieter zit al heel wat verder in zijn verwerking en revalidatie. Hij is blij met hij wél nog heeft, zegt hij. Daarnaast is hij wilskrachtig en gemotiveerd om zijn grenzen te verleggen. Hij verpersoonlijkt volgens sommige mediawatchers het succes binnen een medisch model en een winnaarsmentaliteit. (zie “Moreel Model”)

c) Identificatie voor kijkers met een handicap?

Veel GRIP-mediawatchers leefden mee met het programma (zie “Heldendom”), maar voelen zich gaandeweg steeds minder vertegenwoordigd door de deelnemers van Voorbij de Grens. Het programma legt in verhouding te veel nadruk op de (onlangs) verworven handicap en het eerste verwerkingsproces. Personen die hun handicap in hun leven geïntegreerd hebben en ermee leerden omgaan zijn in de minderheid en krijgen ook minder aandacht.

Van Anita en Vincent zien we dat ze middenin het verwerkingsproces zitten. Dit is ook een belangrijke handicap-ervaring, maar in verhouding wordt hier te veel op gefocust.

De personages die handicap meer geïntegreerd hebben in hun leven en hun identiteit, zijn bijv. Sylvie, Sam en Henk. Sam en Henk denken oplossingsgericht. Ze bereiken heel wat dankzij het (creatief) gebruik van hun lichaam (bijv. Sam praat als één van de weinigen met Jef, hij gebruikt gebaren, ook al heeft hij geen vingers) en van hulpmiddelen (bijv. Henk maakt een slee). Wanneer ze voelen dat ze aan hun grens zitten, stoppen ze ook zonder veel boe of bah. Helaas lijkt het erop dat ze vervolgens een transformatie in omgekeerde richting meemaken. Ze dachten alles te kunnen wat ze wilden, maar worden nu met hun neus op hun grenzen gedrukt.

Sam had helemaal geen probleem met (zelfs geen besef van) zijn handicap. Hij groeide op in een dorp waar iedereen hem kende, niemand hem raar aankeek of erop aansprak. (Voorbeeld van inclusie!) Als tiener kreeg hij pas een besef van zijn anders-zijn door de confrontatie met de grote stad. Hierdoor ontwikkelde hij een handicap-identiteit. Aan het begin van het programma zegt hij zelfs een beetje trots te zijn op zijn handicap. Door het beklimmen van de vulkaan wordt hij geconfronteerd met zijn grenzen. De eerste dagen ontdekte dat hij erg veel kon, op de vulkaan vond hij het plotseling moeilijk te aanvaarden dat hij niet alles kan.

Het transformatieproces komt wel mooi tot uiting in het personage van Sven (slechtziend).

3. TELEVISIE ALGEMEEN

3.1. Andere formats voor programma’s over handicap (exclusief)

-        Sommigen wilden graag meer te zien krijgen van de sociale momenten. De sportprestaties op zich konden niet iedereen blijven boeien. Op de duur was het één en al geploeter en daarmee verslapte soms de aandacht of de zin om te blijven kijken.

-        Idee: trektocht met 7 mensen mét en 3 zonder handicap: hoe lang zou de tolerantie duren van de personen zonder handicap als ze zich de hele tijd 100 % moeten inzetten om de anderen te helpen? Dit zou men kunnen linken aan de problematiek van mantelzorg, waar mensen zonder voldoende en de juiste ondersteuning mee te maken hebben.

-        De meeste mediawatchers zouden liever iets zien in de zin van Het leven zoals het is. Daarbij is diversiteit essentieel: verschillende persoonlijke verhalen van zowel een huisvrouw/man als een scholier/student, iemand die werkt, werk zoekt… Ook allerlei problemen en oplossingen van ons zorgsysteem (waarbij mensen niet altijd gestimuleerd worden om zelf beslissingen te nemen en autonoom te leven) kunnen zo aan bod komen, ook al hoeft dit niet de centrale focus te zijn.

-        Reality = de stad intrekken, werk zoeken, een huis zoeken, het huishouden doen, ondersteuning zoeken

3.2. Televisie met personen met een handicap (inclusief)

De grootste voorkeur gaat uit naar de inclusieve benadering: programma’s die handicap niet centraal stellen, niet problematiseren, maar wel aan bod laten komen – al dan niet terloops. Bij de uitwerking van een om het even welk idee zouden programmamakers er meer kunnen vanuit gaan, dat personen met een handicap er gewoon bij horen.

-        Goede voorbeelden zijn bijv. die ene reeks van Big Brother, waar één van de deelnemers een kleine gestalte had (Hans) en Blokken, waar bij. ooit een rolstoelgebruiker meespeelde, zonder dat in de verf gezet werd. Enkel toen de kandidaat naar de finale mocht, zag je dat die zich verplaatste in een rolstoel. Ook in Thuis is een personage op een vrij goede manier aan bod gekomen. Het is goed dat er na het ongeval veel aandacht ging naar toegankelijkheid, maar dat er daarna weer op de andere eigenschappen van het personage werd gefocust.

-        Series à la Sara of soaps zoals Thuis hebben een enorme impact op onze beeldvorming en hebben dan ook veel sensibiliserend potentieel. Handicap mag zeker niet altijd geproblematiseerd worden, maar kan ook voorgesteld worden als iets alledaags, iets dat deel uitmaakt van onze maatschappij, bijv. door af en toe een bijrol in te vullen door iemand die toevallig een handicap heeft. Als er iets geproblematiseerd wordt kan dat eerder een maatschappelijk probleem zijn i.p.v.  de vraag hoe iemand daar zelf meer omgaat, en dit kan ook terloops gebeuren. Bijv. twee mensen, waarvan één rolstoelgebruiker, willen op café. In een dialoog kan ter sprake komen dat ze naar het ene café zullen gaan, omdat het andere niet toegankelijk is. Of de kelner kan vragen aan de persoon zonder handicap wat de andere wil drinken, waarop de persoon met handicap antwoordt: “Ik weet het zelf wel hoor, een pintje graag!”

-        In principe kunnen (zouden) personen met een handicap aan bod (moeten) komen in alle mogelijke soorten programma’s. Andere voorbeelden die genoemd werden: Man bijt hond (bijv. “wordt vervolgd”), kinderprogramma’s

-        Helaas lijkt het belangrijker om etnisch-culturele minderheden aan bod te laten komen dan mensen met een beperking. De mediawatchers zijn natuurlijk niet tegen sensibilisatie op gebied van andere minderheden, maar diversiteit betekent aandacht hebben voor meer dan één minderheid. Bovendien zijn er ook mensen met een handicap én een kleurtje (en holebi)!

-        Opmerking bij het acteren van een handicap (in fictie). Er is enig begrip voor het logistieke gemak als iemand de trap op en af kan lopen tot het moment dat hij of zij in een rolstoel gaat zitten om te beginnen acteren. Misschien vreest men er anders meer werk aan te hebben, terwijl dat niet altijd zo is (of men ook op in mediabedrijven (nog meer) aan toegankelijkheid en inclusie zou kunnen werken). Terwijl acteurs een handicap bestuderen, zijn er ook personen met een beperking die acteertalent hebben of door hun job geknipt zijn voor één of andere (bij-)rol. De mediawatchers in de focusgroep stelen zich de vraag waarom het geënsceneerd moet worden als er mensen zijn. Misschien moeten er meer inspanningen geleverd worden om ze te zoeken (idem bij spelprogramma’s).


één reactie

  1. Even reageren :

    A/ Een tolk wordt niet beschouwd als een essentieel hulpmiddel en men heeft hier minder recht op dan op een rolstoel of een (donkere) bril:
    Mijn visie,
    Niet iedere blinde of slechtziende draagt een bril, dus die zijn ook niet altijd direct herkenbaar ( vele slechtzienden, vooral jongere, zijn beschaamd om met een witte stok te wandelen )

    B/ Doven herkennen ? ikzelf ben slechthorend en steek soms mijn badge op ‘ Spreek duidelijker, dan versta ik je beter ‘ , dus je verborgen handicap kenbaar maken, aan iedereen, is de beste oplossing. Tenslotte een badge ‘ deaf/doof ‘ is ook verkrijgbaar bij een NL doven vzw.

    C/ handicap-kritiek: vanuit je ervaring(s)deskundigheid, je minderheidsperspectief en je handicap-wereldbeeld, kun je een meerwaarde betekenen en een bijdrage leveren aan maatschappelijke analyse en kritiek :
    Mijn antwoord,
    er is nog héél veel werk aan de winkel wat ‘ toegankelijkheid ‘ betreft en het is door de adviesen,opmerkingen enz… van deze vrijwilligersgroep ‘ ervaringsdeskundigen Toegankemijkheid ‘ dat IEDEREEN er beter bij vaart ( zoals o.a. de digitale en auditieve halte afroep binnenin De Lijn BUSSEN die gaan van start in het voorjaar 2009 maar het is een tienjaren plan ,dus goed voor iedereen geduld heeft en die het openbaar vervoer gebruikt )

    D/ uitdagingen voor personen met mobiliteitsbeperkingen staan centraal, personen met een zintuiglijke beperking (= slechts 2) lijken het veel makkelijker te hebben : veel gemakelijker ? een persoon met Retina Pigmentosa ( koker/tunnelzicht ) loop het risico om zich te stoten,struikelen enz…met alle gevolgen vandien, dit moet men niet onderschatten vind ik want het waren geen obstakel vrije tochten meen ik. Stel je voor dat er iemand bij de groep was met kokerzicht en zwaar slechthorend = Syndroom van Usher. ( een aangeboren slechte gen )

    Zo Ben, dit was het dan en dit citaat wil ik nog melden van de heer Torfs Erik :’Wij zijn hier op de aardbol allemaal tijdelijke voorbijgangers ‘ dus het zal wel eens beteren zeker ? Voorbij de grens aardbol ?

    Toegankelijke groeten

    Gerry( slechtziend/slechthorend ) en woef Zarko = blindengeleidehond



Laat een reactie achter