
Ha, daar is ze eindelijk!
25 september 2008
(vonne2) Eindelijk kwam dan dat ene meisje tevoorschijn dat je af en toe ergens zag duwen en trekken. Het hangt toch echt van de programmamakers af hoe of wanneer iemand in beeld komt. Is het dat ze je tien keer laten zien met het zeggen ‘Alles komt goed’, of ze filmen je in je zieligste momenten, of ze laten je gewoon niets zeggend even over het scherm trippelen. Zo bepalen zij welk beeld je van iemand moet krijgen.
Julie is er al van in het begin bij. Ik heb ze nooit horen klagen, heb ze ook bijna niet zien klimmen of ploeteren. Geen enkele keer is er op haar ingezoemd. Dus voor mij is dit een heel stil meisje dat gewoon zonder veel commentaar haar ding doet. Voor hetzelfde geld heeft ze net als de rest al een paar keer hard gevloekt (ik kan me niet voorstellen dat ze dat niet gedaan heeft), maar heeft men dat gewoon niet laten zien.
Anita daarentegen wordt om de haverklap aan het woord gelaten of haar leven van voor de tocht wordt getoond. Volgens mij heeft zij de grootste handicap van allemaal. Ze weigert ook maar enige hulp, blijft volharden in haar boosheid. Ook in haar huishouden. Langs de ene kant is het dapper dat ze het allemaal zelf wil doen, zelfs zonder aanpassing. Aan de andere kant weerspiegelt dit haar strijd van ‘Ik ben niet gehandicapt’, die ze sowieso zal verliezen al kruipt ze tot aan de maan. Wat is een handicap? Iets niet kunnen? Mensen die over al hun ledematen en zintuigen beschikken hebben ook hun beperkingen. Als die hun kraan lekt en ze weten niet hoe ze die moeten maken moeten ze ook een loodgieter om hulp vragen.
Ik vrees dat vanaf nu deze mensen geen recht meer gaan hebben om zwak te zijn. Zij willen laten zien wat ze kunnen. Zij willen als sterk overkomen. Als ze de top van de vulkaan bereiken kunnen ze alles aan. Dus eenmaal terug in de bewoonde wereld hebben ze toch niet meer te klagen. Ik hoor hun omgeving al zeggen: “Ah neen vanaf nu geen zwakke momenten meer. Je hebt wel een vulkaan beklommen, dus wat zit je te zeuren dat je je zaak niet kunt runnen of je weg niet meer vindt. Niet flauw doen he.” Maar zoals ik al zei, het dagdagelijks in het leven staan met een handicap en je daarin manifesteren is een grotere uitdaging dan een vulkaan beklimmen. Elke dag opnieuw de moed hebben om er tegenaan te gaan ondanks die handicap en tevreden zijn met wat je wel nog kunt dat is de grootste berg die je over moet. Ik heb de top van die berg nog niet bereikt maar ben toch aardig op weg, maar heb ook nog af en toe van die dagen dat ik even terug naar beneden rol. Dus ik ben de laatste om iemand waarbij het niet zo goed lukt, maar die misschien nog meer moeite doet dan ik, een sissi te noemen.
[...] Zoals iemand schreef op Handiwatch (ik citeer omdat ik het niet beter zou kunnen verwoorden, ook ik heb mijn grens): “Mensen die over al hun ledematen en zintuigen beschikken hebben ook hun beperkingen. Als de kraan lek en ze weten niet hoe ze die moeten maken, moeten ze ook om hulp vragen. Ik vrees dat vanaf nu deze mensen geen recht meer gaan hebben om zwak te zijn. Zij willen laten zien wat ze kunnen. Ze willen als sterk overkomen. Als ze de top van de vulkaan bereiken, kunnen ze alles aan. Dus eenmaal terug in de bewoonde wereld hebben ze toch niet meer te klagen. Ik hoor hun omgeving al zeggen: “Ah neen, vanaf nu geen zwakke momenten meer. Je hebt wel een vulkaan beklommen, dus wat zit je te zeuren dat je je zaak niet kunt runnen of je weg niet meer vindt. Niet flauw doen hé”. (Handiwatch – ‘Daar is ze eindelijk’) [...]